Al-Fawaa'id

Ibn ul-Qayyim · gestorven 751 H

Over dit boek

Al-Fawaa'id is een verzameling inzichten en wijsheden van Ibn ul-Qayyim over het geloof, het hart en het dagelijks leven. Korte uitspraken worden afgewisseld met uitgebreidere toelichtingen, die de lezer uitnodigen stil te staan bij zijn intenties, gedrag en band met Allah.

Centraal staat de toestand van het hart: waaraan het zich hecht, wat het verzwakt en hoe het gezuiverd kan worden. Ibn ul-Qayyim behandelt daarbij onderwerpen als oprechtheid, geduld, het gedenken van Allah en de ontwikkeling van een goed karakter. Door de opbouw in afzonderlijke passages leent het boek zich voor aandachtig lezen in kleine delen, met ruimte om over de inhoud na te denken en die in het eigen leven toe te passen.

Hoofdstuk 1

Het hart en de band met Allah

Leerstellingen over waar het hart zich aan hecht, wat het draagt en wat het betekent om je zorg bij Allah te leggen.

Citaat 1.1

Wie alleen Allah als zorg heeft, diens zorgen neemt Allah op Zich

Imam Ibn ul-Qayyim zei: Wanneer een dienaar de ochtend en de avond ingaat zonder zich om iets anders te bekommeren dan Allah alleen, neemt Allah al zijn behoeften op Zich en ontlast Hij hem van alles wat hem bezighoudt. Hij maakt zijn hart vrij voor Zijn liefde, zijn tong voor Zijn gedachtenis en zijn ledematen voor Zijn gehoorzaamheid.

من كان همه الله تحمل الله حوائجه
قال الإمام ابن القيم: إذا أصبح العبد وأمسى وليس همه إلا الله وحده، تحمل الله حوائجه كلها، وحمل عنه كل ما أهمه، وفرغ قلبه لمحبته، ولسانه لذكره، وجوارحه لطاعته.
Citaat 1.2

Wie de ene bedekking doorbreekt, riskeert de andere te verliezen

Imam Ibn ul-Qayyim zei: Zoals er een bedekking is tussen de dienaar en Allah, is er ook een bedekking tussen hem en de mensen. Wie de bedekking tussen zichzelf en Allah doorbreekt, zal door Allah ook tegenover de mensen worden ontbloot.

من هتك الستر بينه وبين الله هتك الله ستره بين الناس
قال الإمام ابن القيم: للعبد ستر بينه وبين الله، وستر بينه وبين الناس؛ فمن هتك الستر الذي بينه وبين الله، هتك الله الستر الذي بينه وبين الناس.
Citaat 1.3

Wie Allah vreest, vindt geborgenheid bij Hem en nadert tot Hem

Imam Ibn ul-Qayyim zei: Als je een schepsel vreest, voel je je bij hem onveilig en vlucht je van hem weg. Maar als je Allah, de Verhevene, vreest, vind je geborgenheid bij Hem en nader je tot Hem.

من خاف الله قرب إليه
قال الإمام ابن القيم: المخلوق إذا خفته استوحشت منه وهربت منه، والرب تعالى إذا خفته أنست به وقربت إليه.
Citaat 1.4

Geen afdaling, maar een weg omhoog

Imam Ibn ul-Qayyim zei: Iblies verheugde zich over de afdaling van Adam (vrede zij met hem) uit het Paradijs, maar hij besefte niet dat het afdalen van een duiker in de diepte om een parel te bemachtigen, in werkelijkheid een weg omhoog is.

هبوط الغائص خلف الدر صعود
قال الإمام ابن القيم: فرح إبليس بنزول آدم من الجنة، وما علم أن هبوط الغائص في اللجة خلف الدر صعود.
Citaat 1.5

Een zonde die hem nederig stemt, is beter voor hem dan een daad die tot pronkerij leidt

Imam Ibn ul-Qayyim zei: Als de zonde niet was voorbeschikt, zou de mens door zelfingenomenheid (ʿoedjb) ten onder gaan. Een zonde die hem nederig maakt, is beter voor hem dan een daad van gehoorzaamheid die tot pronkerij leidt.

ذنب يذل به أحب إليه من طاعة يدل بها عليه
قال الإمام ابن القيم: لولا تقدير الذنب هلك ابن آدم من العجب. ذنب يذل به أحب إليه من طاعة يدل بها عليه.
Citaat 1.6

Drie niveaus van klagen

Imam Ibn ul-Qayyim zei: De onwetende beklaagt zich bij de mensen over Allah. Dit is het toppunt van onwetendheid over zowel Degene over Wie hij klaagt als degenen bij wie hij klaagt. Had hij zijn Heer werkelijk gekend, dan zou hij zich niet over Hem beklagen. En had hij de mensen werkelijk gekend, dan zou hij zijn beklag niet bij hen doen. Wie Allah kent, richt zijn klachten alleen tot Hem. En wie Hem het beste kent, klaagt bij Hem over zichzelf, in plaats van over de mensen, over zijn eigen daden die ertoe hebben geleid dat de mensen macht over hem kregen. Er zijn dus drie niveaus: het laagste is dat je bij Zijn schepselen over Allah klaagt. Het hoogste is dat je bij Hem over jezelf klaagt. Daartussen ligt het niveau waarop je bij Hem over Zijn schepselen klaagt.

مراتب الشكوى ثلاثة
قال الإمام ابن القيم: الجاهل يشكو الله إلى الناس، وهذا غاية الجهل بالمشكو والمشكو إليه؛ فإنه لو عرف ربه لما شكاه، ولو عرف الناس لما شكا إليهم. والعارف إنما يشكو إلى الله وحده، وأعرف العارفين من جعل شكواه إلى الله من نفسه لا من الناس؛ فهو يشكو من موجبات تسليط الناس عليه. فالمراتب ثلاثة: أخسها أن تشكو الله إلى خلقه، وأعلاها أن تشكو نفسك إليه، وأوسطها أن تشكو خلقه إليه.
Citaat 1.7

Slacht het verlangen met het mes van de wanhoop

Imam Ibn ul-Qayyim zei: Oprechtheid kan in het hart niet samengaan met de liefde voor lof en waardering en het verlangen naar wat de mensen bezitten, net zomin als water en vuur, of een woestijnhagedis en een vis, samen kunnen gaan. Als je werkelijk naar oprechtheid verlangt, richt je dan eerst op je verlangen naar wat de mensen bezitten en slacht die met het mes van de wanhoop. Richt je vervolgens op je liefde voor lof en waardering en keer je daarvan af, zoals degenen die deze wereld liefhebben zich van het Hiernamaals afkeren. Wanneer je je verlangen weet te bedwingen en onverschillig wordt voor lof en waardering, wordt het gemakkelijker om oprechtheid te bereiken.

اذبح الطمع بسكين اليأس
قال الإمام ابن القيم: لا يجتمع الإخلاص في القلب ومحبة المدح والثناء والطمع فيما عند الناس إلا كما يجتمع الماء والنار والضب والحوت. فإذا حدثتك نفسك بطلب الإخلاص فأقبل على الطمع أولا فاذبحه بسكين اليأس، وأقبل على المدح والثناء فازهد فيهما زهد عشاق الدنيا في الآخرة، فإذا استقام لك ذبح الطمع والزهد في الثناء والمدح سهل عليك الإخلاص.
Citaat 1.8

De menselijke ziel is als een draaiende molensteen

Imam Ibn ul-Qayyim zei: Allah heeft de menselijke ziel geschapen als een voortdurend draaiende molensteen die nooit stilstaat. Zij moet altijd iets hebben om te malen: wordt er graan in gelegd, dan maalt zij graan; wordt er zand of grind in gelegd, dan maalt zij zand of grind. De gedachten en ingevingen die door de ziel gaan, zijn als datgene wat in de molen wordt gelegd. Die molen blijft nooit leeg, maar maalt voortdurend wat haar wordt aangereikt. Bij sommige mensen maalt zij graan waaruit meel voortkomt dat henzelf en anderen ten goede komt. Bij de meesten maalt zij echter zand, grind, stro en dergelijke. Wanneer de tijd aanbreekt om te kneden en te bakken, zal blijken wat hun maalwerk werkelijk heeft opgeleverd.

النفس كالرحى لا تسكن
قال الإمام ابن القيم: خلق الله سبحانه النفس شبيهة بالرحى الدائرة التي لا تسكن، ولا بد لها من شيء تطحنه؛ فإذا وضع فيها حب طحنته، وإن وضع فيها تراب أو حصى طحنته. فالأفكار والخواطر التي تجول في النفس هي بمنزلة الحب الذي يوضع في الرحى، ولا تبقى تلك الرحى معطلة قط، بل لا بد لها من شيء يوضع فيها؛ فمن الناس من تطحن رحاه حبا يخرج دقيقا ينفع به نفسه وغيره، وأكثرهم يطحن رملا وحصى وتبنا ونحو ذلك؛ فإذا جاء وقت العجن والخبز تبين له حقيقة طحينه.
Citaat 1.9

Hij onthield hem slechts om hem te geven

Imam Ibn ul-Qayyim zei: Als de dienaar zijn Heer werkelijk recht zou doen, wat natuurlijk onmogelijk is, dan zou hij beseffen dat Allahs Gunst groter is in wat Hij hem van deze wereld, haar genietingen en haar weelde heeft onthouden dan in wat Hij hem daarvan heeft geschonken. Hij onthield hem slechts om hem te geven, beproefde hem slechts om hem beter te maken, stelde hem slechts op de proef om hem te zuiveren en liet hem slechts sterven om hem werkelijk tot leven te brengen. Hij bracht hem slechts naar deze wereld om zich voor te bereiden op de ontmoeting met Hem en de weg te bewandelen die naar Hem leidt.

ما منعه إلا ليعطيه
قال الإمام ابن القيم: لو أنصف العبد ربه، وأنى له بذلك، لعلم أن فضله عليه فيما منعه من الدنيا ولذاتها ونعيمها أعظم من فضله عليه فيما آتاه من ذلك؛ فما منعه إلا ليعطيه، ولا ابتلاه إلا ليعافيه، ولا امتحنه إلا ليصافيه، ولا أماته إلا ليحييه، ولا أخرجه إلى هذه الدار إلا ليتأهب منها للقدوم عليه، وليسلك الطريق الموصلة إليه.
Hoofdstuk 2

Aanbidding en dagelijks leven

Leerstellingen over de omgang met tijd, bezit en gewoonten, en wat die zeggen over de verhouding tot Allah.

Citaat 2.1

Tijdverspilling is erger dan de dood

Imam Ibn ul-Qayyim zei: Tijdverspilling is erger dan de dood. Tijdverspilling verwijdert je namelijk van Allah en het Hiernamaals, terwijl de dood je slechts verwijdert van deze wereld en haar inwoners.

إضاعة الوقت أشد من الموت
قال الإمام ابن القيم: إضاعة الوقت أشد من الموت؛ لأن إضاعة الوقت تقطعك عن الله والدار الآخرة، والموت يقطعك عن الدنيا وأهلها.
Qaaʿidah 2.2

De dienaar staat twee keer voor Allah

Imam Ibn ul-Qayyim zei: De dienaar staat twee keer voor Allah, tijdens het gebed en op de Dag waarop hij Hem ontmoet. Wie naar behoren voor Allah staat in het gebed, voor hem zal het staan op die Dag worden vergemakkelijkt. Maar wie het eerste moment lichtvaardig opvat en daaraan geen recht doet, voor hem zal het tweede moment zwaar worden.

للعبد بين يدي الله موقفان
قال الإمام ابن القيم: للعبد بين يدي الله موقفان: موقف بين يديه في الصلاة، وموقف بين يديه يوم لقائه؛ فمن قام بحق الموقف الأول هون عليه الموقف الآخر، ومن استهان بهذا الموقف ولم يوفه حقه شدد عليه ذلك الموقف.
Hoofdstuk 3

Volgen van de Soennah

Leerstellingen over waarom een daad pas waarde heeft als hij oprecht is en de Profeet (vrede zij met hem) erin gevolgd wordt.

Citaat 3.1

Een reiszak vol zand

Imam Ibn ul-Qayyim zei: Een daad die zonder oprechtheid (ikhlaas) en zonder navolging (iqtidaa') van de Profeet (vrede zij met hem) wordt verricht, is als een reiziger die zijn reiszak met zand vult. Het verzwaart zijn last, maar levert hem niets op.

كالمسافر يملأ جرابه رملا
قال الإمام ابن القيم: العمل بغير إخلاص ولا اقتداء كالمسافر يملأ جرابه رملا يثقله ولا ينفعه.